Midwolde

1
1. De kerk van Midwolde, die werd gebouwd rond 1200, is een middeleeuwse bakstenen dorpskerk zoals er in de noordelijke provincies ca. 250 bewaard zijn gebleven. Van binnen is de kerk echter heel wat minder gewoon: het is het meest uitbundige en best bewaarde voorbeeld van een ‘adelskerk’. Nadat bij de Reformatie in 1594 alle katholieke inrichting was verwijderd, voorzagen de adellijke bewoners van de nabijgelegen borg Nienoord de kerk in de loop van de 17e en 18e eeuw voorzien van een compleet nieuw meubilair, dat vooral hun eigen welvaart en prestige tot uitdrukking moest brengen. Zo eisten zij de ruimte vrijwel geheel voor zich op, waarmee de dorpskerk van Midwolde bijna transformeerde tot een privékapel voor de Van Ewsums en de Von und zu Inn und Knyphausens. Aan het interieur is sinds ca. 1700 vrijwel niets meer veranderd.

2-3
2. Op de plaats van het voormalige hoogaltaar liet borgvrouwe Anna van Ewsum tussen 1664 en 1668 een grafmonument oprichten voor haar overleden echtgenoot Carel Hiëronymus von und zu Inn und Knyphausen. Deze edelman van Ostfriese komaf had carrière gemaakt als diplomaat in dienst van de Nederlandse Republiek. Na een dienstreis in de Zuidelijke Nederlanden was hij ziek thuisgekomen, en kort daarna stierf hij, nog maar 32 jaar oud. Voor de vervaardiging van zijn monument ontbood Anna, zelf 24 jaar oud, de beroemdste beeldhouwer van het land, de in Mechelen geboren Rombout Verhulst. De zwartmarmeren tombe met twee ligbeelden staat voor een wand met een ovale grafinscriptie en maar liefst 32 kwartierwapens die het vooraanstaande voorgeslacht van de overledene in beeld brengt. Geheel boven steekt de Fama de loftrompet.

2-3
3. Opmerkelijk is dat Anna ook zichzelf op de tombe heeft laten portretteren, hoewel zij pas in 1714 zou overlijden. We zien een opmerkelijk huiselijk ogend tafereel: Anna kijkt liefdevol neer op haar echtgenoot, die juist een middagdutje lijkt te doen. Hij ligt op een matras, is gehuld in een nachthemd en draagt zijn pantoffels losjes aan de voeten. Het beeld van de dood als slaap was in het vroege protestantisme wijd verbreid, al strookte het eigenlijk niet met de opvattingen van Calvijn. Kennelijk vond Anna de troost die ervan uitging belangrijker dan de officiële leer. Ze steunt met haar elleboog op de Bijbel en haar hand rust op een gevleugelde zandloper, als een teken van de vergankelijkheid: in het bewustzijn van haar eigen sterfelijkheid vertrouwt zij op God, die haar weer met haar man zal verenigen.

4
4. Vijf jaar na het overlijden van Carel Hiëronymus, in 1669, hertrouwde Anna met diens neef Georg Wilhelm von und zu Inn und Knyphausen. Toen hij overleed in 1709 moest ook hij een plek krijgen op het al zo volle monument. Zijn standbeeld werd links achter op de tombe geplaatst, bij het voeteneind van Anna. Het contrast tussen de beide echtgenoten kan bijna niet groter zijn: terwijl Carel Hiëronymus in een zachte doodsslaap is weggegleden, staat Georg Wilhelm als een koene ridder in volle wapenrusting en een schild onder zijn rechterhand. Samen verbeelden ze twee stervensvormen die voor de adel nastrevenswaardig waren, namelijk in de slaap of op het slagveld.

5+65
5. Tegen de noordwand van het koor staat een monumentale herenbank. Opvallend is dat de toegang verloopt over een steile trap, waardoor we de loge als een heuse voorloper van de moderne skybox kunnen omschrijven. De voorkant is beschilderd met een groot aantal familiewapens, een heraldische eregalerij die de hoge afkomst van de Van Ewsums en de Von und zu Inn und Knyphausen laten zien. Links van de trap is een tochtportaal aangebracht voor de private ingang voor de adellijke familie. Zo hoefden zij zich bij de kerkgang niet te mengen met het gewone volk. Ook voor de barokke avondmaalstafel met marmeren blad in het midden van het koor waren de edelen verantwoordelijk. Al met al eisten zij zo de hele koorruimte voor zich op.

5+6
6. Wat de bewoners van Nienoord ook in handen kregen was het zogenaamde collatierecht, het recht om de predikant te benoemen (en te ontslaan). De gevolgen daarvan ondervond ds. Nathan Bollardt in 1675. Deze had geweigerd de voorbeden te doen voor Anna en Georg Wilhelm, en volgens de edelen had hij hen tijdens de bediening van het Avondmaal zelfs bespot. Nienoord eiste daarop overplaatsing naar Lettelbert, een nabijgelegen klein gehucht. Hoewel de kerkelijke autoriteiten het voor Bollardt opnamen en het bij een berisping lieten, kreeg Nienoord het via contacten bij Gedeputeerde Staten toch voor elkaar dat de dominee werd overgeplaatst. Zo bleek dat het feit dat de edelen vanuit hun skybox neerkeken op de preekstoel aan de overkant niet puur symbolisch was.

77
7. De preekstoel van Midwolde dateert uit 1711 en werd ook door Anna van Ewsum aan de kerk geschonken. De kuip is versierd met fraai snijwerk. Op het voorpaneel zien we allerlei symboliek die verwijst naar de vergankelijkheid: een bellenblazende engel (het leven dat uiteenspat), een doodskop, een geknakte bloem en de zandloper. Dit motief, de vanitas, was in de 17e en 18e eeuw met name in Groningen een geliefd thema. Op de hoeken verbeelden vrijstaande allegorische vrouwenfiguren de deugden: onder anderen de Standvastigheid (met zuil), het Geloof (met boek en kruis), de Hoop en de Voorzichtigheid (anker en spiegel), de Liefde (kinderen) en de Gerechtigheid (zwaard en weegschaal). Op de bovenrand staat een zandloper, die moest voorkomen dat de predikant te lang zou preken.

8
8. De muren van het schip raakten in de 17e en de 18e eeuw geleidelijkaan behangen met een grote collectie kleurige rouwborden. Deze borden met opschriften (naam, geboorte- en sterfdatum), familiewapens en symboliek werden boven de ingang van de borg gehangen wanneer de overledene daar was opgebaard en werden vervolgens meegedragen in de rouwstoet. Na de begrafenis werden de borden aan de wand opgehangen ter herinnering aan de overledene, waardoor ze een eerbiedwaardige ‘Ahnengalerie’ gingen vormen. De kerk van Midwolde bezit de grootste collectie rouwborden in Groningen, maar wordt in Friesland overtroffen door de kerken van Hogebeintum en Friens.

99
9. De adel eiste niet alleen de ruimte voor zich op, maar maakte de viering van de eredienst ook mogelijk door de schenking van onderdelen van de inrichting. In 1657-1660 lieten de bewoners van Nienoord een orgel plaatsen met gebruikmaking van onderdelen van een huisorgel uit de borg uit ca. 1630. Het instrument kreeg twee fraai beschilderde luiken, met links een voorstelling van de koning en psalmdichter David en rechts Mozes met de Tien Geboden. De voorkant van de balustrade is voorzien van vrome teksten en geschilderde familiewapens van de schenkers. Naast het orgel is een messing lezenaar voor de voorzanger bevestigd.

1010
10. Al met al vormt de inrichting van de kerk in Midwolde een perfecte illustratie van de mate waarin sommige noordelijke dorpskerken in de zeventiende eeuw veranderden in de ‘hofkapellen’ van de lokale adel. Dit gebeurde op veel plaatsen in Nederland, vooral in het Noorden en Oosten van het land, waar de adel traditioneel een sterke positie had. Het Nederlandse protestantisme is de geschiedenis ingegaan als een beweging van onderop, wezenlijk democratisch van aard, rationeel, eenvoudig en wars van uiterlijk vertoon. Maar één bezoek aan deze kerk hier in Midwolde maakt onmiddellijk duidelijk dat we dat beeld grondig zullen moeten herzien.

Foto’s: archief Regnerus Steensma

Advertenties